In het vonnis van de Arbeidsrechtbank Antwerpen van 23 januari 2025 oordeelde de rechter over een geschil tussen een man zonder wettig verblijf en het OCMW Antwerpen omtrent de weigering van een medische waarborg. De eisende partij, die zonder verblijfssituatie in België verblijft, had een aanvraag ingediend voor financiële hulp bij zijn medische kosten. Het OCMW weigerde deze hulp. De reden voor deze weigering was dat betrokkene zelf had verklaard dat zijn medische problemen het gevolg waren van een arbeidsongeval. Volgens het OCMW moest hij daarom eerst gebruikmaken van de arbeidsongevallenverzekering van zijn werkgever.
Betrokkene ging tegen deze beslissing in beroep bij de arbeidsrechtbank. De rechtbank verwees naar artikel 57, §2 van de OCMW-wet van 1976, dat stelt dat personen zonder verblijfssituatie in België enkel recht hebben op dringende medische hulp. Dit houdt in dat de zorg medisch noodzakelijk en dringend moet zijn, en dat dit bewezen moet worden met een doktersattest. Deze hulp is beperkt tot medische zorgen en geeft geen recht op andere vormen van steun, zoals geld of huisvesting. Dringende medische hulp is bedoeld als laatste vangnet en het OCMW moet alleen tussenkomen wanneer er geen andere oplossing mogelijk is.
De arbeidsrechtbank oordeelde de vordering is ontvankelijk maar ongegrond, omdat de medische hulp wel dringend was, maar er niet voldoende bewezen was dat de eisende partij behoeftig was aangezien er geen duidelijkheid was over diens financiële middelen en hij niet kan aantonen dat hij inspanningen deed om zijn rechten uit te putten. De beslissing van het OCMW wordt door de rechtbank bevestigd.