In het vonnis van de Arbeidsrechtbank van Antwerpen van 6 november 2025 oordeelde de rechter over een geschil tussen een man zonder wettig verblijf en het OCMW van Antwerpen over de weigering van een medische waarborg. De eisende partij, die zonder wettig verblijf in België verblijft, had een aanvraag ingediend voor financiële steun voor zijn medische kosten in verband met een ziekenhuisopname na een arbeidsongeval. Het OCMW weigerde deze steun. De reden voor deze weigering was dat de betrokkene zelf had verklaard dat zijn medische problemen het gevolg waren van een arbeidsongeval. Volgens het OCMW moest hij daarom eerst gebruikmaken van de arbeidsongevallenverzekering van zijn werkgever. De betrokkene ging tegen deze beslissing in beroep bij de arbeidsrechtbank.
De rechtbank verwees naar artikel 57, § 2, van de OCMW-wet van 1976, dat stelt dat personen zonder wettig verblijf in België enkel recht hebben op dringende medische hulp. Dit houdt in dat de zorg medisch noodzakelijk en dringend moet zijn en dat dit moet worden aangetoond door middel van een medisch attest. Deze hulp beperkt zich tot medische zorgen en geeft geen recht op andere vormen van steun, zoals geld of huisvesting. Dringende medische hulp kan zowel preventieve als curatieve zorgen omvatten. Ook moet de behoeftigheid van de eisende partij worden aangetoond.
De arbeidsrechtbank oordeelde de vordering is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Er is geen discussie over het feit dat de eisende partij geen wettig verblijf had en dat de medische tussenkomst dringend was (spoedopname voor een geplette vinger). Vervolgens heeft de rechtbank de behoeftigheid van de eiser beoordeeld. De rechtbank stelt vast dat er onduidelijkheid bestaat over zijn financiële middelen, maar dat het duidelijk is dat zijn tewerkstelling van de ene op de andere dag is beëindigd als gevolg van zijn arbeidsongeval en dat hij zonder inkomsten en zonder sociale bescherming is komen te zitten. De rechtbank concludeert hieruit dat de eisende partij zich op het moment van zijn aanvraag voor medische waarborg in een situatie van behoeftigheid bevond, maar dat hij, gezien zijn huidige situatie en het feit dat er een vordering tot recuperatie kan worden gesteld tegen zijn voormalige werkgever, in de toekomst in staat zal zijn de zorgfactuur terug te betalen. De beslissing van het OCMW wordt door de rechtbank vernietigd; de medische rekening moet door het OCMW worden betaald en dit bedrag is terugvorderbaar van de eisende partij.