Werknemer zonder wettig verblijft, vordert achterstallig loon werkgever voor arbeidsrechtbank. Man zonder verblijfs- en arbeidsvergunning wordt bij controle sociale inspectie vastgesteld terwijl hij de vitrine aan het poetsen was in een schort. De rechtbank oordeelde dat desondanks deze vaststelling het bestaan van de arbeidsovereenkomst onvoldoende bewezen wordt geacht, aangezien het voorwerp van de arbeidsovereenkomst uit geen enkel objectief element kan worden afgeleid. De rechtbank acht de verklaring van de werkgever, namelijk dat de man een relatie had met een werknemer van het bedrijf en daarom aanwezig in de gebouwen, plausibel.